Sinds afgelopen donderdag 19:00 is er iets vreemds aan de hand in Nederland. Men is opgelucht over de milde film van Geert Wilders.
In het buitenland en met name de moslimlanden is dat heel anders zo lees ik in de krant. Daar wordt de film extreem veroordeeld en betiteld als louter bedoelt om te kwetsen, Islamieten te beledigen. Ze noemen het geen uitnodiging voor een dialoog, maar een totaal ongevoelige en volledig onrechtvaardige daad.
Ook in Europa reageert men minder lauw. De EU veroordeelt de film. Deense politicus Mogens Jensen heeft de film afgedaan als ‘afgrijselijk’. ‘Men moet teruggaan naar de nazi-propagandafilm Der Ewige Jude om de film te kunnen beschrijven’, aldus de sociaal-democraat. ‘Het enige wat ontbreekt, zijn de ratten als beeld van de moslims.’ Hij stelt dat Wilders met de film ‘uitnodigt tot rechtstreekse gewelddadige confrontatie’. Ik ben het met Jensen eens.
Film wordt gemaakt met één doel. Het ontrekken van emotie aan de toeschouwer. Bij een comedy moeten we lachen, bij horror willen ze dat we huiveren en bij een actiefilm willen ze dat we in spanning zitten.
Wat wil Wilders nou dat wij voelen bij Fitna? Wat wil hij met aanzwellend tromgeroffel als de vliegtuigen op de torens afvliegen, als hij de muziek wegdraait zodra ze erin knallen, wat als we de aanslagen zien met daaroverheen Arabische dialogen, wat wil hij dat we voelen met de lijken op de grond, met de beelden van aanslagen, moorden, executies, met daaroverheen serene kerkmuziek? Wat? En die teksten aan het eind. Wat moeten we daarbij voelen? Ik denk haat en angst.
Wilders heeft een genre afgestoft waar de nazi’s veel veldwerk in hebben verzet. Propaganda. We moeten “ze” haten en heel erg bang zijn, want zij gaan onze manier van leven vernietigen.
Eigenlijk heeft Wilders het genre opnieuw uitgevonden. En zo goed dat niemand zich er aan stoort en het wel mee vindt vallen. Nou ik niet. Ik vind dat Wilders een Haatfilm heeft gemaakt, een Angstfilm. En ik vind niet dat we in onze samenleving mensen moeten haten, of bang voor ze moeten zijn. Wilders wel. Hij spint hier garen bij en wint zieltjes. Bange, haatdragende zieltjes.
En nu wil Geert in debat. Kom maar op Geert Wilders. Ik haat jou niet en ben zeker niet bang voor je. Wel maak ik met veel liefde gehakt van je in een debat over hoe ik als rapper denk dat jij als volksvertegenwoordiger je werk zou moeten doen. Hoe je de problemen op zou moeten lossen. Misschien komen we samen op een ander idee en gooien dat plannetje van jou: alle moslims haten en heel erg bang voor ze zijn, gewoon overboord. Misschien kunnen we na het debat nog ergens een colaatje drinken en een tosti eten. En kun je me dan eindelijk vertellen wat er in je jeugd met jou en “de moslims” gebeurd is. Lucht dat een beetje op. Ik zie er naar uit.
Maar ik vond je film niet mild.